Katja loopt naar Frits met een klein kartonnen doosje in haar hand.
‘Zit daar je nieuwe denkbeeldige huisdier in,’ vraagt Frits.
‘Nee. Dit,’ zeg Katja terwijl ze de doos omhoog houdt, ‘is mijn nieuwe hamster.
De vorige vond ik uitgedroogd in zijn kooi.’
Katja steekt een sigaret op terwijl Frits tegen de doos tikt.
‘Heeft ie al een naam?’
‘Ik zit te twijfelen tussen Euchabeth en Flameboy. Het ligt eraan of het een meisje of een jongetje is.’
‘Dan moeten we dat maar even bekijken,’ beslist Frits.
Frits opent de doos en houdt deze schuin. Een grijs balletje rolt op de grond.
‘Volgens mij is deze ook al uitgedroogd.’
Katja kijkt verbaasd. ‘Dat gaat snel.’
Ze tilt haar rokje omhoog en pakt de heupfles uit haar jarretelgordel.
Voorzichtig giet ze enkele druppels over zijn kop.
Frits wijst naar een witte substantie bij de neus.
‘Hij heeft etter.’
‘Nee, dat is mayonaise.’
‘Gelukkig, ik dacht al.’
Frits legt hem op zijn rug.
‘Ik kan het niet zien. Het is veel te behaard.’
‘Wacht.’
Katja grabbelt in haar rugzak en haalt er een etui uit.
‘Hier, een schaar.’
Frits pakt de achterpootjes en duwt ze voorzichtig uit elkaar.
Langzaam brokkelt een pootje af.
‘Deze hamster is onttrokken van al het vocht.’
Katja kijkt Frits niet begrijpend aan.
‘De hamster is dood.’
Katja zucht diep.
‘Ik ben echt klaar met dingen met een hartslag.’
Ze pakt de doos en streelt hem zachtjes.
‘Frits, dit is Rita, Rita dit is Frits. Ik moet er nu vandoor want Rita moet verschoond worden. Er heeft een hamster in haar gepoept.’
Katja gooit de peuk op de overblijfselen van de hamster. Frits kijkt naar het kadavertje dat vlam vat terwijl hij de hakjes van Katja hoort wegtikken.