dinsdag 30 november 2010

Sinterklaas

‘Kijk eens wat ik in mijn schoen heb.’
Frits houdt een chocoladeletter omhoog.
Katja steekt haar neus op.
‘En je bent al zo vet.’
Frits knabbelt een stukje van de letter af terwijl hij bezorgd over zijn bibs wrijft.
‘Je bent gewoon jaloers.’
‘Heus niet,’ reageert Katja.
‘Ik haat Sinterklaas. Vorig jaar had ik een beschimmelde wortel in mijn schoen gestopt.
Werd ik midden in de nacht uit mijn bed gelyncht. Hup, in de zak.
Eenmaal in Spanje stond ik een maand lang IbĂ©rico-darmpjes te vullen. Ploegendienst.’
Frits kijkt bedenkelijk.
‘Marc-Huibert had anders een dooie goudvis in zijn schoen gedaan, en die is niet van school weg geweest.’
‘Ze nemen ook alleen maar lelijke kinderen mee. Die pieten zijn hartstikke racistisch.’
Katja steekt een sigaar op en Frits neemt nog een stukje chocola.
‘Maar ik heb ze terug gepakt,’ zegt Katja terwijl ze de rook in zijn gezicht uitblaast.
Ze gniffelt en graait in haar handtasje.
Triomfantelijk haalt ze er een donkere worst uit.
‘Kijk! Zwarte Pieten-chorizo.’
Ze geeft de worst aan Frits.
Frits neemt het dankbaar aan.
‘Lekker op toast en misschien vind je nog zo’n lelijke gouden oorbel.’
Frits stopt de worst in zijn jaszak.
De chocoladeletter is nu helemaal op.
‘Morgen komt Sinterklaas bij ons in de klas. Zou hij lekker smaken?’
Katja haalt haar schouders op.
‘Met wat extra kruiden moet het wel lukken. Ik heb alleen geen darmen meer.’
Katja en Frits denken diep na.
Dan heeft Frits een idee.
‘Marc-Huibert.’
Ze springen op en lopen hand in hand ze naar het huis aan het einde van de straat.

maandag 8 november 2010

in therapie deel 2

‘Wat goed dat je terug bent,’ begint Paul.
‘Het wordt toch vergoed,’ zegt Katja.
Paul zet zijn plooien in een glimlach.
‘Goed. Hoe is het je vergaan sinds onze vorige sessie?’
Katja staart naar het schaaltje met koekjes en zucht.
‘Ik heb toch verteld over Frits?’
‘Die “tijdelijke aanwezigheid in je bestaanssleur” zoals je hem de vorige keer noemde?’
Katja knikt.
‘Ja dat. Ik heb sinds kort verscheidene nachtmerries.’
Paul schuift langzaam dichterbij.
‘Vertel,’ zegt hij met een zachte stem.
‘Dat hij de liefde bedrijft met Barbara.’
‘Barbara?’
‘Mijn ingegroeide tweelingzus. Een beetje opletten, Paul.’
Paul neemt een momentje voor zichzelf en trekt een diepe frons.
‘Die “mislukte puzzelpoes uit Schubbekutveen” waar je laatst aan refereerde?’
Katja knikt wederom.
‘Wat doet dat met je?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Wat doet het met je gevoelens?’
Katja staart hem niet begrijpend aan.
‘In ieder geval,’ gaat ze verder. ‘Ik denk dat ik haar laat amputeren.’
‘Dat is nogal wat,’ zegt Paul terwijl hij op een koekje knabbelt.
‘Ach, ik ben klaar met die parasiet.’
Paul kijkt haar indringend aan.
‘Volgens mij is hier iets anders aan de hand.’
Katja kijkt indringend terug.
‘Nee, dat denk ik niet.’
‘Volgens mij,’ Paul neemt een teug adem, ‘ben je verliefd.’
Katja vergeet te knipperen en te ademen.
‘Op Frits,’ verklaart Paul nader.
Plots geeft Katja over.
‘Bah, moet ik weer naar de kerk.
Ik heb vorige week ook al iets uit laten drijven.’
Paul glimlacht en geeft haar de rekening.