Katja loopt naar Frits met een klein kartonnen doosje in haar hand.
‘Zit daar je nieuwe denkbeeldige huisdier in,’ vraagt Frits.
‘Nee. Dit,’ zeg Katja terwijl ze de doos omhoog houdt, ‘is mijn nieuwe hamster.
De vorige vond ik uitgedroogd in zijn kooi.’
Katja steekt een sigaret op terwijl Frits tegen de doos tikt.
‘Heeft ie al een naam?’
‘Ik zit te twijfelen tussen Euchabeth en Flameboy. Het ligt eraan of het een meisje of een jongetje is.’
‘Dan moeten we dat maar even bekijken,’ beslist Frits.
Frits opent de doos en houdt deze schuin. Een grijs balletje rolt op de grond.
‘Volgens mij is deze ook al uitgedroogd.’
Katja kijkt verbaasd. ‘Dat gaat snel.’
Ze tilt haar rokje omhoog en pakt de heupfles uit haar jarretelgordel.
Voorzichtig giet ze enkele druppels over zijn kop.
Frits wijst naar een witte substantie bij de neus.
‘Hij heeft etter.’
‘Nee, dat is mayonaise.’
‘Gelukkig, ik dacht al.’
Frits legt hem op zijn rug.
‘Ik kan het niet zien. Het is veel te behaard.’
‘Wacht.’
Katja grabbelt in haar rugzak en haalt er een etui uit.
‘Hier, een schaar.’
Frits pakt de achterpootjes en duwt ze voorzichtig uit elkaar.
Langzaam brokkelt een pootje af.
‘Deze hamster is onttrokken van al het vocht.’
Katja kijkt Frits niet begrijpend aan.
‘De hamster is dood.’
Katja zucht diep.
‘Ik ben echt klaar met dingen met een hartslag.’
Ze pakt de doos en streelt hem zachtjes.
‘Frits, dit is Rita, Rita dit is Frits. Ik moet er nu vandoor want Rita moet verschoond worden. Er heeft een hamster in haar gepoept.’
Katja gooit de peuk op de overblijfselen van de hamster. Frits kijkt naar het kadavertje dat vlam vat terwijl hij de hakjes van Katja hoort wegtikken.
Katja & Frits
Katja & Frits zijn twee irritante kutkinderen met hun eigen filosofie over het een en ander. Geschreven door Aaron Rookus, scheethond illustratie van Aline Horlings
dinsdag 25 januari 2011
dinsdag 30 november 2010
Sinterklaas
‘Kijk eens wat ik in mijn schoen heb.’
Frits houdt een chocoladeletter omhoog.
Katja steekt haar neus op.
‘En je bent al zo vet.’
Frits knabbelt een stukje van de letter af terwijl hij bezorgd over zijn bibs wrijft.
‘Je bent gewoon jaloers.’
‘Heus niet,’ reageert Katja.
‘Ik haat Sinterklaas. Vorig jaar had ik een beschimmelde wortel in mijn schoen gestopt.
Werd ik midden in de nacht uit mijn bed gelyncht. Hup, in de zak.
Eenmaal in Spanje stond ik een maand lang Ibérico-darmpjes te vullen. Ploegendienst.’
Frits kijkt bedenkelijk.
‘Marc-Huibert had anders een dooie goudvis in zijn schoen gedaan, en die is niet van school weg geweest.’
‘Ze nemen ook alleen maar lelijke kinderen mee. Die pieten zijn hartstikke racistisch.’
Katja steekt een sigaar op en Frits neemt nog een stukje chocola.
‘Maar ik heb ze terug gepakt,’ zegt Katja terwijl ze de rook in zijn gezicht uitblaast.
Ze gniffelt en graait in haar handtasje.
Triomfantelijk haalt ze er een donkere worst uit.
‘Kijk! Zwarte Pieten-chorizo.’
Ze geeft de worst aan Frits.
Frits neemt het dankbaar aan.
‘Lekker op toast en misschien vind je nog zo’n lelijke gouden oorbel.’
Frits stopt de worst in zijn jaszak.
De chocoladeletter is nu helemaal op.
‘Morgen komt Sinterklaas bij ons in de klas. Zou hij lekker smaken?’
Katja haalt haar schouders op.
‘Met wat extra kruiden moet het wel lukken. Ik heb alleen geen darmen meer.’
Katja en Frits denken diep na.
Dan heeft Frits een idee.
‘Marc-Huibert.’
Ze springen op en lopen hand in hand ze naar het huis aan het einde van de straat.
Frits houdt een chocoladeletter omhoog.
Katja steekt haar neus op.
‘En je bent al zo vet.’
Frits knabbelt een stukje van de letter af terwijl hij bezorgd over zijn bibs wrijft.
‘Je bent gewoon jaloers.’
‘Heus niet,’ reageert Katja.
‘Ik haat Sinterklaas. Vorig jaar had ik een beschimmelde wortel in mijn schoen gestopt.
Werd ik midden in de nacht uit mijn bed gelyncht. Hup, in de zak.
Eenmaal in Spanje stond ik een maand lang Ibérico-darmpjes te vullen. Ploegendienst.’
Frits kijkt bedenkelijk.
‘Marc-Huibert had anders een dooie goudvis in zijn schoen gedaan, en die is niet van school weg geweest.’
‘Ze nemen ook alleen maar lelijke kinderen mee. Die pieten zijn hartstikke racistisch.’
Katja steekt een sigaar op en Frits neemt nog een stukje chocola.
‘Maar ik heb ze terug gepakt,’ zegt Katja terwijl ze de rook in zijn gezicht uitblaast.
Ze gniffelt en graait in haar handtasje.
Triomfantelijk haalt ze er een donkere worst uit.
‘Kijk! Zwarte Pieten-chorizo.’
Ze geeft de worst aan Frits.
Frits neemt het dankbaar aan.
‘Lekker op toast en misschien vind je nog zo’n lelijke gouden oorbel.’
Frits stopt de worst in zijn jaszak.
De chocoladeletter is nu helemaal op.
‘Morgen komt Sinterklaas bij ons in de klas. Zou hij lekker smaken?’
Katja haalt haar schouders op.
‘Met wat extra kruiden moet het wel lukken. Ik heb alleen geen darmen meer.’
Katja en Frits denken diep na.
Dan heeft Frits een idee.
‘Marc-Huibert.’
Ze springen op en lopen hand in hand ze naar het huis aan het einde van de straat.
maandag 8 november 2010
in therapie deel 2
‘Wat goed dat je terug bent,’ begint Paul.
‘Het wordt toch vergoed,’ zegt Katja.
Paul zet zijn plooien in een glimlach.
‘Goed. Hoe is het je vergaan sinds onze vorige sessie?’
Katja staart naar het schaaltje met koekjes en zucht.
‘Ik heb toch verteld over Frits?’
‘Die “tijdelijke aanwezigheid in je bestaanssleur” zoals je hem de vorige keer noemde?’
Katja knikt.
‘Ja dat. Ik heb sinds kort verscheidene nachtmerries.’
Paul schuift langzaam dichterbij.
‘Vertel,’ zegt hij met een zachte stem.
‘Dat hij de liefde bedrijft met Barbara.’
‘Barbara?’
‘Mijn ingegroeide tweelingzus. Een beetje opletten, Paul.’
Paul neemt een momentje voor zichzelf en trekt een diepe frons.
‘Die “mislukte puzzelpoes uit Schubbekutveen” waar je laatst aan refereerde?’
Katja knikt wederom.
‘Wat doet dat met je?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Wat doet het met je gevoelens?’
Katja staart hem niet begrijpend aan.
‘In ieder geval,’ gaat ze verder. ‘Ik denk dat ik haar laat amputeren.’
‘Dat is nogal wat,’ zegt Paul terwijl hij op een koekje knabbelt.
‘Ach, ik ben klaar met die parasiet.’
Paul kijkt haar indringend aan.
‘Volgens mij is hier iets anders aan de hand.’
Katja kijkt indringend terug.
‘Nee, dat denk ik niet.’
‘Volgens mij,’ Paul neemt een teug adem, ‘ben je verliefd.’
Katja vergeet te knipperen en te ademen.
‘Op Frits,’ verklaart Paul nader.
Plots geeft Katja over.
‘Bah, moet ik weer naar de kerk.
Ik heb vorige week ook al iets uit laten drijven.’
Paul glimlacht en geeft haar de rekening.
‘Het wordt toch vergoed,’ zegt Katja.
Paul zet zijn plooien in een glimlach.
‘Goed. Hoe is het je vergaan sinds onze vorige sessie?’
Katja staart naar het schaaltje met koekjes en zucht.
‘Ik heb toch verteld over Frits?’
‘Die “tijdelijke aanwezigheid in je bestaanssleur” zoals je hem de vorige keer noemde?’
Katja knikt.
‘Ja dat. Ik heb sinds kort verscheidene nachtmerries.’
Paul schuift langzaam dichterbij.
‘Vertel,’ zegt hij met een zachte stem.
‘Dat hij de liefde bedrijft met Barbara.’
‘Barbara?’
‘Mijn ingegroeide tweelingzus. Een beetje opletten, Paul.’
Paul neemt een momentje voor zichzelf en trekt een diepe frons.
‘Die “mislukte puzzelpoes uit Schubbekutveen” waar je laatst aan refereerde?’
Katja knikt wederom.
‘Wat doet dat met je?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Wat doet het met je gevoelens?’
Katja staart hem niet begrijpend aan.
‘In ieder geval,’ gaat ze verder. ‘Ik denk dat ik haar laat amputeren.’
‘Dat is nogal wat,’ zegt Paul terwijl hij op een koekje knabbelt.
‘Ach, ik ben klaar met die parasiet.’
Paul kijkt haar indringend aan.
‘Volgens mij is hier iets anders aan de hand.’
Katja kijkt indringend terug.
‘Nee, dat denk ik niet.’
‘Volgens mij,’ Paul neemt een teug adem, ‘ben je verliefd.’
Katja vergeet te knipperen en te ademen.
‘Op Frits,’ verklaart Paul nader.
Plots geeft Katja over.
‘Bah, moet ik weer naar de kerk.
Ik heb vorige week ook al iets uit laten drijven.’
Paul glimlacht en geeft haar de rekening.
maandag 25 oktober 2010
Schrijfschriftje
17 oktober 2010
Geachte ouders van Katja,
Onlangs heeft Katja enkele 'creatieve' uitingen uit haar schrijfschriftje voorgelezen.
Ik was zeer geschokt, en met mij enkele ouders die mij de volgende dag daarop aanspraken.
Graag zou ik met u een afspraak willen maken om de geestelijke ontwikkeling van Katja te bespreken.
Bijgevoegd vindt u enkele verhalen van Katja.
Met vriendelijke groet,
Meester Wijbrand
Er was eens een prins met een hele grote (....) in zijn mond. Daardoor kon hij geen vriendin krijgen, behalve Lelijk Wijf. Ongewenst kregen ze vijf kinderen.
‘We stoppen ze in de doofpot,’ zei Lelijk Wijf.
En zo kwam het dat de prins voor het eerst in zijn leven de vuilniszakken buiten zette.
Lijdend Voorwerp zat eenzaam op de stoep.
'Ach en oh.. Ik lijd zo ontzettend veel' zuchtte hij.
‘Ik zou zo graag leidend willen zijn.’
Fatsige man gooide een oude krant naar hem toe.
‘Hier, kun je fish & chips in doen.’
In de krant stond een advertentie van de Lokale Vereniging van Barbaren.
Wegens peroxide-vergiftiging zijn wij op zoek naar een nieuwe leider.
Gelukkig werd Lijdend Voorwerp overreden door een tractor.
Toen de kraai langs de schildpad vloog, kroop deze uit haar schulp.
‘Kraai, er moet me iets van het hart.
Niemand raakt mij aan.
Soms denk ik dat ik maar eens verkracht moet worden.
Dan gebeurt er nog eens wat.’
Maar de kraai was al weggevlogen en dacht aan veel belangrijkere zaken.
woensdag 8 september 2010
In therapie
Katja tikt herhaaldelijk met haar hakjes op de grond. Ze kijkt uit het raam.
Paul kijkt haar doordringend aan.
‘Katja, ben je zenuwachtig?’ vraagt Paul.
Katja kijkt droogjes terug zonder te knipperen.
‘Nee, helemaal niet.’
Ze kijkt weer weg terwijl ze langzaam aan haar thee nipt.
‘Ik zie dat je boos bent. In deze ruimte mag je het laten gaan.’
Katja zucht.
‘Dit is de natuurlijke stand van mijn gezicht. Ik ben ook niet in afgrijzen, als je dat soms denkt.’
Paul vouwt zijn handen voor zijn gezicht en denkt diep na.
‘Waarom ben je hier gekomen?’
Katja denkt diep na.
‘Ik ben teleurgesteld in mijn vrienden. Of ze gaan dood, of ik heb ze niet.’
‘Ben je eigenlijk niet teleurgesteld in jezelf?’
Paul begint op dreef te raken.
‘Probeer je me te vertellen dat je eigenlijk zelf dood wilt?’
Katja slaat Paul in het gezicht.
‘Vertyfd, wat ben jij slecht zeg. En daar betaal ik €125 per uur voor.’
Paul huilt.
‘Ik weet het,’ snikt hij.
‘Ik voel me zo onzeker de laatste tijd. Dat komt door..’
Paul kijkt door zijn tranen heen naar de klok.
‘Helaas, de tijd zit er al weer op.’
Katja kijkt hem schuin aan.
‘Wat een slechte cliffhanger.’
Paul kijkt haar doordringend aan.
‘Katja, ben je zenuwachtig?’ vraagt Paul.
Katja kijkt droogjes terug zonder te knipperen.
‘Nee, helemaal niet.’
Ze kijkt weer weg terwijl ze langzaam aan haar thee nipt.
‘Ik zie dat je boos bent. In deze ruimte mag je het laten gaan.’
Katja zucht.
‘Dit is de natuurlijke stand van mijn gezicht. Ik ben ook niet in afgrijzen, als je dat soms denkt.’
Paul vouwt zijn handen voor zijn gezicht en denkt diep na.
‘Waarom ben je hier gekomen?’
Katja denkt diep na.
‘Ik ben teleurgesteld in mijn vrienden. Of ze gaan dood, of ik heb ze niet.’
‘Ben je eigenlijk niet teleurgesteld in jezelf?’
Paul begint op dreef te raken.
‘Probeer je me te vertellen dat je eigenlijk zelf dood wilt?’
Katja slaat Paul in het gezicht.
‘Vertyfd, wat ben jij slecht zeg. En daar betaal ik €125 per uur voor.’
Paul huilt.
‘Ik weet het,’ snikt hij.
‘Ik voel me zo onzeker de laatste tijd. Dat komt door..’
Paul kijkt door zijn tranen heen naar de klok.
‘Helaas, de tijd zit er al weer op.’
Katja kijkt hem schuin aan.
‘Wat een slechte cliffhanger.’
Ruzie
Katja en Frits staren uit het raam. De regen klettert tegen de ruiten.
‘Ken je dat nieuwe meisje in de straat?’ vraagt Frits.
‘Die met die gouden tand?’
Frits knikt. ‘Zij is wèl leuk om mee te spelen.’
Katja krabt zwijgend aan haar bochel.
Frits kijkt haar strak aan.
‘Ik wil niet meer met je spelen. Ik walg van je.’
Katja wil hem slaan maar zegt per ongeluk iets.
‘Ben ik te lelijk? Ben ik te dom voor je?’
‘Meer dan dat,’ roept Frits.
‘Je bent overbodig. Niemand wilt je.’
Katja loopt rood aan. Frits gaat verder.
‘Ik had laatst God aan de telefoon en toevallig hadden we het over jou.
Later op de bank naast Hitler zei hij.’
Frits tuft voor de voeten van Katja en draait zich om.
Zonder haar nog één blik te gunnen loopt hij de kamer uit.
Katja laat een traan over haar vettige huid rollen.
Niet veel later gaat de telefoon.
‘Leuk hè, ruzietje spelen,’ giechelt Frits.
‘Ja, voor herhaling vatbaar,’ zegt Katja.
Zo probeert haar tranen te bedwingen.
‘Morgen weer?’ vraagt Frits.
Katja doet het raam open. De regen klettert tegen haar gezicht.
Ze kijkt negen verdiepingen naar beneden.
‘Morgen weer?’ herhaalt Frits.
Maar Katja geeft geen antwoord.
‘Ken je dat nieuwe meisje in de straat?’ vraagt Frits.
‘Die met die gouden tand?’
Frits knikt. ‘Zij is wèl leuk om mee te spelen.’
Katja krabt zwijgend aan haar bochel.
Frits kijkt haar strak aan.
‘Ik wil niet meer met je spelen. Ik walg van je.’
Katja wil hem slaan maar zegt per ongeluk iets.
‘Ben ik te lelijk? Ben ik te dom voor je?’
‘Meer dan dat,’ roept Frits.
‘Je bent overbodig. Niemand wilt je.’
Katja loopt rood aan. Frits gaat verder.
‘Ik had laatst God aan de telefoon en toevallig hadden we het over jou.
Later op de bank naast Hitler zei hij.’
Frits tuft voor de voeten van Katja en draait zich om.
Zonder haar nog één blik te gunnen loopt hij de kamer uit.
Katja laat een traan over haar vettige huid rollen.
Niet veel later gaat de telefoon.
‘Leuk hè, ruzietje spelen,’ giechelt Frits.
‘Ja, voor herhaling vatbaar,’ zegt Katja.
Zo probeert haar tranen te bedwingen.
‘Morgen weer?’ vraagt Frits.
Katja doet het raam open. De regen klettert tegen haar gezicht.
Ze kijkt negen verdiepingen naar beneden.
‘Morgen weer?’ herhaalt Frits.
Maar Katja geeft geen antwoord.
Spelletjes
‘Laten we boerderijtje spelen,’ oppert Katja.
Frits is meteen enthousiast. ‘Dan ben ik het paard.’
‘Nee, ik heb het bedacht’, roept Katja meteen. ‘Ik ben het paard want ik heb het gebit ervoor.’
‘Dat klopt,’ zegt Frits terwijl hij naar de gele tanden van Katja kijkt.
‘Misschien kun je dan beter een knol zijn in verband met je kromme poten.’
Katja kijkt naar haar o-benen.
‘Ammehoela, dan kan ik meteen naar de slager’, moppert ze.
‘Zullen we dan maar slagertje spelen’, vraagt Frits.
Dat vindt Katja een goed idee.
Ze pakt de tobbe uit de badkamer en het messenblok uit de keuken.
Onhandig gaat ze in de tobbe zitten.
‘Ik zit in de vitrine,’ legt ze uit.
Frits knikt. ‘Kijk daar komt een klant.’
Frits wijst naar de stoel.
‘Eén kilo paardenvlees zegt u?’
Frits pakt een groot mes uit het messenblok.
Katja tilt haar t-shirt omhoog.
‘Ik heb hier nog een wild stuk vlees.’
Katja wijst naar een donkerpaars uitsteeksel net boven haar zij.
Frits legt het mes er tegen aan, maar het is te hard.
‘Het lukt niet.’
‘Zelfs dit kan je niet,’ zegt Katja boos.
Snel pakt ze het mes en haalt in één beweging het stuk wild vlees van haar zij.
‘Hier.’
‘De klant is al weg.’
Katja haalt haar schouders op.
‘Zijn verlies. Kom, we gaan moordenaartje spelen.’
‘Waar?’
‘Op zolder.’
‘Hoe gaat dat?’
‘Dat leg ik zo nog wel uit.’
Katja pakt het messenblok en loopt achter Frits aan.
Frits is meteen enthousiast. ‘Dan ben ik het paard.’
‘Nee, ik heb het bedacht’, roept Katja meteen. ‘Ik ben het paard want ik heb het gebit ervoor.’
‘Dat klopt,’ zegt Frits terwijl hij naar de gele tanden van Katja kijkt.
‘Misschien kun je dan beter een knol zijn in verband met je kromme poten.’
Katja kijkt naar haar o-benen.
‘Ammehoela, dan kan ik meteen naar de slager’, moppert ze.
‘Zullen we dan maar slagertje spelen’, vraagt Frits.
Dat vindt Katja een goed idee.
Ze pakt de tobbe uit de badkamer en het messenblok uit de keuken.
Onhandig gaat ze in de tobbe zitten.
‘Ik zit in de vitrine,’ legt ze uit.
Frits knikt. ‘Kijk daar komt een klant.’
Frits wijst naar de stoel.
‘Eén kilo paardenvlees zegt u?’
Frits pakt een groot mes uit het messenblok.
Katja tilt haar t-shirt omhoog.
‘Ik heb hier nog een wild stuk vlees.’
Katja wijst naar een donkerpaars uitsteeksel net boven haar zij.
Frits legt het mes er tegen aan, maar het is te hard.
‘Het lukt niet.’
‘Zelfs dit kan je niet,’ zegt Katja boos.
Snel pakt ze het mes en haalt in één beweging het stuk wild vlees van haar zij.
‘Hier.’
‘De klant is al weg.’
Katja haalt haar schouders op.
‘Zijn verlies. Kom, we gaan moordenaartje spelen.’
‘Waar?’
‘Op zolder.’
‘Hoe gaat dat?’
‘Dat leg ik zo nog wel uit.’
Katja pakt het messenblok en loopt achter Frits aan.
Abonneren op:
Posts (Atom)