woensdag 8 september 2010

Spelletjes

‘Laten we boerderijtje spelen,’ oppert Katja.
Frits is meteen enthousiast. ‘Dan ben ik het paard.’
‘Nee, ik heb het bedacht’, roept Katja meteen. ‘Ik ben het paard want ik heb het gebit ervoor.’
‘Dat klopt,’ zegt Frits terwijl hij naar de gele tanden van Katja kijkt.
‘Misschien kun je dan beter een knol zijn in verband met je kromme poten.’
Katja kijkt naar haar o-benen.
‘Ammehoela, dan kan ik meteen naar de slager’, moppert ze.
‘Zullen we dan maar slagertje spelen’, vraagt Frits.
Dat vindt Katja een goed idee.
Ze pakt de tobbe uit de badkamer en het messenblok uit de keuken.
Onhandig gaat ze in de tobbe zitten.
‘Ik zit in de vitrine,’ legt ze uit.
Frits knikt. ‘Kijk daar komt een klant.’
Frits wijst naar de stoel.
‘Eén kilo paardenvlees zegt u?’
Frits pakt een groot mes uit het messenblok.
Katja tilt haar t-shirt omhoog.
‘Ik heb hier nog een wild stuk vlees.’
Katja wijst naar een donkerpaars uitsteeksel net boven haar zij.
Frits legt het mes er tegen aan, maar het is te hard.
‘Het lukt niet.’
‘Zelfs dit kan je niet,’ zegt Katja boos.
Snel pakt ze het mes en haalt in één beweging het stuk wild vlees van haar zij.
‘Hier.’
‘De klant is al weg.’
Katja haalt haar schouders op.
‘Zijn verlies. Kom, we gaan moordenaartje spelen.’
‘Waar?’
‘Op zolder.’
‘Hoe gaat dat?’
‘Dat leg ik zo nog wel uit.’
Katja pakt het messenblok en loopt achter Frits aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten