woensdag 8 september 2010

Barbara

Frits en Katja spelen in de zandbak. Frits schept zand in een emmer. Hij wil Katja nabouwen maar de emmer is te klein.
‘Jij bent best dik’ zegt Frits tegen Katja.
Katja stopt met harken en knikt.
‘Ja dat klopt’ zegt Katja en ze harkt weer verder.
‘Maar ik heb een geldige reden.’
Frits’ emmer zit vol. Hij maakt er nu maar een toren van.
‘Ik heb namelijk een ingegroeide tweelingzus,’ gaat ze verder.
‘Hoe kan dat nou?’ vraagt Frits die zijn tweede emmer met zand vult.
Katja haalde diep adem. ‘Nou,’ begint ze, ‘mijn zus was geboren zonder lichaam, alleen een hoofd. En ik was geboren met een open ruggetje en toen hebben ze haar daar in gestopt. “Je moet toch wat” zei de dokter.’
Katja vond nu dat ze genoeg geharkt had en begint ook met het bouwen van torens.
Frits kijkt naar de rug van Katja.
‘Ik dacht dat je gewoon een bochel had’ zegt Frits.
‘Dat zeg ik ook meestal hoor. Tegen onbekenden.’
Katja’s toren is beter gelukt dan die van Frits.
‘Maar Barbara eet...’
‘Barbara?’ onderbrak Frits.
‘Zo heet ze. Ik kan er ook niks aan doen,’ zegt Katja verveelt.
‘Barbara,’ vervolgd ze, ‘eet nogal veel en dat kan mijn lichaam niet aan. En daarom ben ik te dik. Zijn “we” te dik, moet ik eigenlijk zeggen.’
‘Goh,’ zegt Frits en begon takjes in zijn toren te steken.
‘Heeft ze hobby’s?’
‘Ja volgens mij doet ze iets met vogels. Maar dat weet ik niet zeker want we hebben niet zoveel contact.’
Katja heeft nu drie torens gebouwd.
Verveeld staat ze op.
‘Ik moet naar huis.
Mijn zus heeft honger. Mijn moeder moet haar voeren want ik kan er zelf niet bij.’
‘Jammer,’ zegt Frits en hij pakt de hark terwijl Katja het zand van haar jurkje veegt.
Katja loopt weg en ondersteunt de bobbel op haar rug met haar handen.
Als Katja weg is maakt Frits de toren van Katja kapot. Hij heeft het zand nodig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten